Wet Werk en Zekerheid (WWZ) Definitief besluit overgangsrecht transitievergoeding

Wet Werk en Zekerheid (WWZ) Definitief besluit overgangsrecht transitievergoeding

Het ontwerpbesluit was er al, maar nu is het Besluit ook definitief (Besluit overgangsrecht transitievergoeding, Staatsblad 2015, 172). Eerder hebben wij al gepubliceerd over het ontwerpbesluit. Met de invoering van het nieuwe ontslagrecht wordt met ingang van 1 juli 2015 een nieuw begrip in de wet geïntroduceerd: de Transitievergoeding. Werknemers krijgen dus vanaf die datum onder voorwaarden recht op een wettelijk bepaalde ontslagvergoeding.

Door dit wettelijk recht, dat voorheen niet bestond, ontstaat de vraag wat er moet gebeuren met lopende (collectieve) afspraken. Maar let op: het gaat dan alleen om afspraken over voorzieningen bij einde van de arbeidsovereenkomst die zijn gemaakt voor 1 juli 2015 en waarop door de werknemer na 1 juli 2015 nog een beroep kan worden gedaan. Voor het antwoord op die vraag moet als eerste het onderscheid worden gemaakt of de bestaande regeling wel of niet als collectieve regeling (een afspraak met verenigingen van werknemers) is te beschouwen. Denk bijvoorbeeld aan een vertrek- of compensatieregeling in een nog lopende CAO.

Als dat het geval is dan is het uitgangspunt dat de transitievergoeding niet verschuldigd is maar dat de werknemer recht blijft houden op die “oude” voorzieningen. De lopende regelingen uit die collectieve afspraken gaan dan dus vóór op het in de wet opgenomen recht op een transitievergoeding. Maar deze overgangsregeling, waarin de medewerkers met een collectieve voorziening dus nog geen recht hebben op een transitievergoeding, heeft wel een uiterste datum: 1 juli 2016. Na die datum ontstaat wel het recht op transitievergoeding.

Gaat het om overige (niet-collectieve) afspraken, en dan gaat het meestal over een individuele exit-regeling, dan is er een keuzemodel geïntroduceerd. Dat keuzemodel houdt in:

  • een zeer expliciet beschreven informatieplicht voor de werkgever over het bestaande recht op bepaalde voorzieningen en vergoedingen bij ontslag op grond van lopende afspraken;
  • een informatieplicht over de hoogte van de transitievergoeding; en
  • een verplichte aanzegging dat de werknemer alleen dan recht heeft op de wettelijke transitievergoeding (concreet uitgewerkt in bedragen) als hij/zij binnen vier weken na deze informatieverstrekking schriftelijk verklaart afstand te doen van die andere vergoedingen en/of voorzieningen.

Dat wordt dus rekenen en vergelijken voor beide partijen. Voor de werkgever wordt deze regel belangrijk omdat hij een verplichting heeft om de werknemer zorgvuldig en vooral volledig te informeren zodat de werknemer weloverwogen een beslissing kan nemen. De sanctie daarop is dat de werknemer een verklaring kan herroepen met mogelijk juridische complicaties omdat er al is betaald/uitgevoerd. Voor de werknemer is het erg belangrijk goed te rekenen omdat na die termijn van vier weken het recht op de wettelijke transitievergoeding komt te vervallen als er geen keuze wordt gemaakt.

28 mei 2015