Regeerakkoord Rutte III over de Transitievergoeding (deel II)

Het nieuwe kabinet is van start gegaan. Eerder schreven we over het Regeerakkoord van Rutte III en over het ontslag en de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deel II gaat over de wettelijke transitievergoeding.

De plannen zijn om de in juli 2015 in de wet opgenomen Transitievergoeding bij ontslag alweer aan te passen. Het is nu zo dat voor werknemers met een arbeidsovereenkomst van tenminste twee jaar voor iedere zes maanden 1/6 maandsalaris (dus 1/3 maandsalaris per gewerkt jaar) moet worden betaald bij ontslag op initiatief van de werkgever of bij een einde van rechtswege als op initiatief van de werkgever niet aansluitend wordt voortgezet. Na 10 jaar dienstverband wordt de vergoeding hoger: voor elk gewerkt jaar een ½ maandsalaris.

Het plan is dat werknemers niet pas na twee jaar dienstverband maar direct van het begin van de arbeidsovereenkomst recht op een (opgebouwde) Transitievergoeding krijgen. Dus ook korte dienstverbanden voor bepaalde tijd moeten op die manier worden afgerekend. Verder komt de knip na 10 jaar dienstverband te vervallen; ook voor die jaren zou dan gelden dat er gewoon per jaar 1/3 maandsalaris wordt opgebouwd. De bestaande regeling voor 50-plussers blijft wel bestaan. Voor werknemers die 50 jaar of ouder zijn en langer dan 10 jaren in dienst bij de werkgever blijft het dus zo dat zij vanaf het moment dat zij 50 jaar zijn voor elk gewerkt dienstjaar een maandsalaris opbouwen.

De ‘beperkte’ mogelijkheden om scholingskosten in mindering te brengen op de wettelijke transitievergoeding wordt iets verruimd. Nu moeten die kosten echt zijn gericht op inzetbaarheid buiten de eigen organisatie, dus niet om scholing voor de eigen functie. Dat wordt dan in het plan iets aangepast. Het mag dan ook gaan om scholing voor een geheel andere functie bij de werkgever zelf. Dat kan interessant zijn omdat dan de eigen werkgever ook wat meer zal hebben aan zo’n investering en wellicht eerder geneigd is dit aan te bieden. We zullen moeten zien hoe dat in de praktijk zal gaan.